Motivatie Majan


Op 14 december 2003 heeft Marjan Kroone haar motivatie om dit werk te doen onder woorden gebracht en de volgende bezinning voorgelezen in de RK kerk in Bedum.

Een gedicht van Hans Bouma

Blijf hier maar eens overeind…
Je valt
Van de éne verbazing in de andere

Steeds kleiner word je
Steeds nederiger

Steeds mooier
Steeds meer mens

Ik ben inmiddels 8 keer naar Benin – een land in West Afrika - geweest en iedere keer denk ik dat “ik het nu allemaal wel weet”. Dat ik nu alles wel gezien heb en dat er niets meer zal zijn om me over te verbazen. Maar als je wérkelijk met de lokale bevolking in gesprek raakt en écht geïnteresseerd bent in hun leven en hun problemen - dan blijf je je verbazen.

Verbazen

Dat moet een bedoeling hebben gehad. Het kan niet zo zijn dat mijn leven zich hier afspeelt door louter toeval. Het kan niet zo zijn - dat Benin op mijn pad komt –zonder dat dat een diepgaande bedoeling heeft, - die ik alleen maar mag raden en waaraan ik aan mee mag werken als ik mij laat leiden.

Dat klinkt misschien wat overdreven voor sommige mensen, maar zo ervaar ik het werkelijk,

Ik trek vooral naar de dorpen omdat men daar nog zo ontzettend OER is.
Een andere uitdrukking komt niet in me op.

In de steden kun je duidelijk de westerse invloeden al merken. En dan heb ik het niet over de betere toegang tot onderwijs en gezondheidszorg, het betere drinkwater, de elektriciteit en de telefoon. Maar men is er al zo gehaaid geworden, kinderen vragen om snoepjes en pennen omdat blanke toeristen denken dat zij er goed aan doen die kinderen iets te geven. Het enige dat zij geven - is een gemis aan zoetigheid en gaatjes in de tanden omdat zij deze niet kunnen poetsen. Geen vitamines, geen voedzame maaltijd, geen zelfwaardering - omdat ze iets gepresteerd hebben, - een beloning hebben verdiend.

Wat mij het meeste heeft geráákt in Benin is het feit dat deze mensen gewoon niet anders kunnen leven omdat zij nu eenmaal dáár wonen. Omdat ze -ongewild- te maken hebben met de harmattan die maanden lang de warme stoffige wind uit de Sahara aanvoert en die ziektes als Meningitis verspreidt en voor diverse longziektes zorgt door het constante inademen van het stof, vooral de kleine kinderen krijgen regelmatig longontsteking daardoor.

De vele parasieten die zich overal bevinden.
Niet alleen alle soorten wormen die je kunt krijgen.
Je moet ook uitkijken voor zandvliegjes die eieren in je huid leggen, of Bilharzia in stilstaand water.
En er is wat stilstaand en vies water te vinden.
Vooral in de regenperiode als het open riool weer goed is doorspoeld.

Dan heb je nog tuberculose, malaria, slaapziekte, thypus, gele koorts, hondsdolheid – waar alleen al in de regio Boukombé jaarlijks 5-6 mensen aan overlijden.

De droogte die de oogst doet mislukken, de regenperiodes die ervoor zorgen dat de hutten instorten omdat zij niet met cement zijn opgebouwd.

De slangen die vele slachtoffers per jaar eisen, vooral vrouwen en kinderen - omdat die het meeste op het land werken.

Het niet of onvoldoende toegang hebben tot de gezondheidszorg in het algemeen en tot het onderwijs.
Als je al naar een ziekenhuis kunt dan is er vaak geen geld om de medicijnen te betalen, of ze zijn gewoon niet op voorraad, of de operatie kan niet uitgevoerd worden.

De slechte infrastructuur die niet alleen zorgt voor isolatie en achterstanden in de dorpen – doordat de buitenwereld moeilijk binnen kan treden – maar er ook voor zorgt dat er - economisch gezien - geen grootschalige handel valt te drijven door de boeren en kleine koopmannen en koopvrouwen.

Dan heb ik het nog niet over het probleem van de westerse subsidies, die er voor zorgen dat de boeren niet of nauwelijks hun producten kunnen afzetten in de steden.
De katoenboeren bijvoorbeeld krijgen pas na 10 maanden hun toch al lage salaris.
Omdat dan de subsidies in Amerika pas bekend zijn.
Hoe hoger de subsidie voor de boeren in Amerika, hoe lager de prijs die zij ontvangen.

De melk uit Nederland die – dankzij de subsidies – goedkoop geëxporteerd wordt en in de steden voor een lagere prijs verhandeld kan worden dan de melk van de locale boeren.
Die overigens geen mogelijkheid hebben om hun melk in te blikken.

Ook komt het door diezelfde slechte infrastructuur dat veel vrouwen en kinderen sterven tijdens de bevalling omdat zij niet op tijd een kraamkliniek kunnen bereiken of omdat ze voor een keizersnede soms 100 km verderop moeten zijn en er geen vervoer is maar alleen onverharde wegen en rotsachtige heuvels waar zij doorheen moeten lopen in 40 graden Celsius.

Niemand kiest er vrijwillig voor om in zo een land geboren te worden en te moeten leven.

Maar ondanks hun achterstanden, ondanks hun structurele armoede, valt het me op dat de mensen – in vergelijking tot ons - toch zoveel dankbaarder zijn voor wat ze wèl hebben.

De mensen zijn zeer vriendelijk en delen dat weinige wat ze hebben ook nog met elkaar en met jou.
Ze moéten ook wel samenleven om te kunnen òverleven.
Dat is iets dat in onze maatschappij verloren is gegaan.

Ook is er waardering voor het feit dat je belangstelling toont voor hun problemen.
Voor het feit dat je hen wilt vertellen over jouw wereld.
Een student bedankte me een keer voor de reis die hij door mijn verhalen gemaakt had.

De blijdschap is zoveel duidelijker aanwezig.
Men zingt en danst gezamenlijk om het zware werk minder zwaar te doen lijken.
Iedereen heeft als het even kan één mooie jurk of één mooie broek voor als je naar de markt gaat of de dokter of de kerk of als er feest is.

Het is er arm en smerig, maar tegelijkertijd ook zo kleurig en vrolijk.

Voor mij is Benin één groot en zwaar leerproces geweest.
Al sinds mijn jeugd wilde ik wat doen voor Afrika, maar had geen tijd – op mijn manier.

Tot ik ziek werd en erachter kwam dat je leven zomaar voorbij kan zijn als je pech hebt.
Gelukkig had ik mazzel en ik wist dat ik nu wat moest gaan doen met mijn Afrika-gevoel.

Maar ik moest ook leren dat je moed nodig hebt om een uitzondering te zijn, om niet langer deel te willen nemen aan de maatschappij op de oude manier, om je inkomen op te geven.
Mensen vinden dat vreemd en gaan je oprechte bedoelingen vaak negatief uitleggen, je achter je rug om belachelijk maken.

Je wordt een eenling en de uitzondering bracht eerst grote eenzaamheid en onbegrip.

Maar gaandeweg in het proces heb ik ook mijzelf gevonden en is mij duidelijk geworden dat ik door moet gaan met datgene waar ik voor gekozen heb.

De eenzaamheid die in Nederland ontstond - werd ruimschoots vergoed door de warmte in Benin.

Het wantrouwen hier - werd gecompenseerd door het vertrouwen in mijn kunnen - door de mensen in Afrika.

Deze weg moet bewandeld worden en ondertussen wordt het werk zwaarder, maar de kracht groter.

Mede door het vertrouwen en de hulp van steeds meer mensen hier in Nederland.

Ook heeft deze omwenteling in mijn leven mij sterker doen beseffen dat wij dingen niet alleen kunnen, dat wij niet alleen elkaar moeten hèlpen, maar dat wij ook geholpen moeten worden.

Ieder van ons heeft een taak in zijn leven.

Als een groep mensen gezamenlijk voor een andere groep mensen wil gaan zorgen, ieder met een bijdrage op zijn manier, dan brengt dit vreugde in zowel het leven van de helpers als van degene die geholpen worden.

En er is geen grotere voldoening dan te geven.

Ik wil eindigen met 2 aan elkaar gekoppelde gedichten van Hans Bouma:

Maar één keer leef je, leef dan ook goed

Niet voor jezelf, maar mededeelzaam naar de ander toe
Onuitsprekelijk zul je lijden, duizend doden zul je sterven
Maar niet tevergeefs ben je mens geweest

Luister ik naar Hem, steeds weer die ruimte
Dat tintelende gevoel, ik leef en ik leef niet alleen
Een wereld van mensen, dieren en planten om mij heen
Een wereld die mij omarmt en koestert
Een wereld waar ik grenzeloos verantwoordelijk voor ben

© Marjan Kroone