2006 Vera


Vera Buijs in Boukombé bij Marjan en Jetse, oftewel FSAB

Hallo lezer!

Eerst eens een korte inleiding over het wie, wat, waarom…

Sinds zo’n drie-en-een-half jaar hobbel ik met goede regelmaat in Bénin rond. Ik ben begonnen met vrijwilligerswerk in Cotonou, uit nieuwsgierigheid, om een stukje Afrika te leren kennen. Vervolgens ben ik alweer vier keer voor korte en langere perioden terug gegaan naar Bénin, voor vakantie en voor co-schappen. Op deze manier kan ik mijn studie, geneeskunde, goed combineren met mijn interesse voor Afrika en tropische geneeskunde en mijn interesse voor mijn vriend die in Cotonou woont. Ook afgelopen februari 2006 ben ik weer afgereisd naar mijn West-Afrikaanse land, ditmaal voor een keuze co-schap (laatste jaar van mijn studie) ‘tropische ziekten en tropische omstandigheden in de gezondheidszorg in een ontwikkelingsland’. Na 12 weken stage in het academisch ziekenhuis van Cotonou en het districtziekenhuis in Nikki (noord-oosten) heb ik een week bij Marjan en Jetse doorgracht in Boukombé.

Een jaar geleden was ik tijdens een korte vakantie al eens in Boukombé beland en heb toen kennis gemaakt met Marjan. Na een kort gesprek met haar en mijn toch-al-enthousiasme voor hulp aan Beninezen ben ik werkzaam geraakt binnen Stichting Aktie Bénin. Sinds augustus 2005 doe ik mijn best als coördinator fondsenwerving geld bijeen te halen voor de projecten van SAB. Nu werd het dus tijd om de projecten van dichtbij te leren kennen en hoe kan dat nou beter dan door er zelf in mee te draaien! Van 22 tot en met 27 mei 2006 was ik in Boukombé en heb ik vooral meegeholpen met de spreekuren in het Cente de Santé en bij de dorpsbezoeken. Verder heb ik mijn oog geworpen op alle andere projecten, zodat ik nu nog beter weet wat voor goeds SAB doet en ik met nog meer ziel en zaligheid aan het werven kan!

Hieronder volgt een verslag van mijn geweldige ervaringen ter plekke.

Op een persoonlijke site heb ik in colums mijn Bénin belevenissen bijgehouden en daar is dit een deel van. Het begint bij mijn vertrek uit Parakou, na mijn stage in Nikki.

Ik moest opschieten om de bus te gaan halen. Echt opschieten, want Confortlines had de vorige keer bewezen heel onbeninees, oftewel stipt op tijd te zijn. Dit keer echter bleek ik toch echt weer in Bénin te zijn (in Nederland gaan de bussen en treinen toch altijd op tijd, niet?). Vanaf 13 uur met mijn rugtas naast me op een bankje, en maar wachten. Toen kwamen iets meer dan een uur later eindelijk twee Confortlines bussen. Alleen gingen die niet meer naar Natitingou. De bus naar Nati was al eerder afgeslagen, omdat niemand in Parakou hoefde uit te stappen. De mensen die in Parakou op willen stappen waren ze daarbij even uit het oog verloren. Ik had nota bene de vorige dag gereserveerd en betaald! Wel honderd excuses van de chauffeurs en mijn geld terug. Op naar het taxi station! Daar vond ik erg snel een taxi, aangezien er twintig man op me afgestormd kwam: waar moet je heen, Coto, Djougou, Nati, Malanville..? En warempel al drie kwartier later zat de taxi vol en konden we vertrekken. Een voorspoedige reis, nog onderweg wat bananen, ananassen en sinaasappels ingeslagen aangezien er in Boukombé geen fruit te krijgen is, en om 19 uur in Natitingou. Om half 8 wordt het donker dus meteen een taxi nemen om verder te reizen leek me geen veilige optie. Mijn buurman (Moumouni) in de taxi bood me een kamer aan op de school waar hij woont en zijn lerarenopleiding doet, dus dat was makkelijk. Dat het lastig is een klamboe op de hangen aan een stapelbed, daar kwam ik pas later achter. Dan maar wat extra bulten op mijn bil. Ondanks het gezoem in mijn oor van de muggen die in mijn provisorisch gedrapeerde klamboe waren gekropen, heb ik toch nog redelijk geslapen. De volgende ochtend kwam Moumouni me, heel galant, ophalen met een brommer van een vriend, om me naar de taxi te brengen. Betere service kan je je niet wensen. Ze hadden me gezegd om 8 uur te komen voor een taxi naar BOukombé, dus ik heel optimistisch om kwart voor 8 bij het station. Denkend dat ik nog alle tijd zou hebben voorhet kopen van een broodje, flesje water en dergelijke, omdat het vertrek nog wel eventjes op zich zou laten wachten. Tegeldeel was waar. De taxi zat al propje-, echt propjevol! Maar als er 15 personen in kunnen kunnen er ook 16 in! Er was nog een halve plek voor me overgehouden en toen ik eindelijk goed klem zat konden we meteen vertrekken! Onderweg kwamen we nog een jongen tegen die ook naar BOukombé wilde, helaas jongen er is nu écht geen plek meer...maar nog wel op het dak, naast de torenhoge bagage en de geit. Ook prima. Met 17 man sterk reden we zo·n anderhalf uur later het werelddorp boukombé binnen.

Na mijn spullen gedropt te hebben in het huis van Marjan en Jetse (huis van Stichting Aktie Bénin, FSAB) en een warm welkom, kon ik meteen aan de slag. Marjan zette me meteen aan het werk; spreekuur in het centre de santé. Ik werd meteen ingewijd in de kwaaltjes van de lokale bevolking: spierpijn, rugpijn, pijn in de heupen, in de knieen...gek hè, als je heel je leven zo hard werkt op het land. Verder ook buikpijn, diarree, jeuk, blaasontstekingen, hoofdpijn , koorts, hoesten, etcetera. Ik leerde zo ook meteen de grote capaciteit van het laboratorium kennen en hield Jetse, Sophie en Dominique goed aan het werk met alle poep en plas en bloedonderzoeken. En de lokale bevolking heeft daar nogal wat bacterieen, parasieten en wormen in zitten! Mat de uitslag van het lab weten we meteen welk beestje de boosdoener is en zodoende welk medicijn effectief is en hoeven we niet drie antibiotica tegelijk te geven. Goedkoper, beter voor de lijfjes van die mensen en tegen resistentievorming!

Tussen de middag kon ik kennis maken met de vier meiden van het meisjesinternaat. Vier meisjes, van 12-14 jaar, Florence, Julienne, Colette en Martine, die uit dorpjes komen, ver van Boukombé (zo·n 20-30 km) hebben de kans gekregen (donatoren van FSAB) naar de mavo te gaan in Boukombé. Ze hebben er nu een jaar opzitten en hebben op dit moment examens. Ze verblijven in het internaat naast het huis van Marjan en Jetse, een omgebouwde carport, een grote kamer met stapelbedden, tafel, stoelen, computer en een gebouwtje ernaast dat de keuken is. Ze krijgen behalve schoolgeld en schooluniformen, eten, kleding, leren over hygiene, leren koken etctera. Ziet er prima uit en de meiden zijn er happy!

De volgende dag, dinsdag, ben ik met Marjan consultaties gaan houden in een dorpje. Mooie verhalen volgen!!!

Dinsdagochtend, na een heerlijke Hollandse bruine boterham met chocopasta (lang leve de broodbakmachine en hollands tarwe), op stap met Marjan. Ik ging achterop bij Guinevievre, een heel lieve, harwerkende verpleegkundige, tegelijkertijd tolk en de steun en toeverlaat van Marjan. Marjan ging achterop bij Bernard die deze keer het dorp had uitgekozen. Wij hadden dus geen idee waar we naartoe gingen. Op naar een dorp om daar voorlichting te geven en spreekuur te houden, het echte veldwerk! Als het niet te ver is gaat Marjan op de fiets, iets verder met de brommer en als het echt ver is gaat ze met de auto. Door het mooie bergachtige weilanden landschap, tussen de tata somba (traditionele huizen, als forten, van rode klei gebouwd) door, schitterend! Meteen wat mooie plaatjes geschoten! Degenen die het programma op tv over families in de rimboe hebben gevolgd en zich er nog iets van herinneren: de belgische familie die in Togo verbleef woonde in een soort Tata Somba, dat was vlakbij Boukombé, dezelfde regio.

Nog nooit zoveel naakte jongemannen op één dag gezien! Het is de tijd van ceremonies. Voordat de jongens (tussen de 15 en 20 jaar oud) besneden worden en mogen trouwen zijn er 1 à 2 maanden van ceremonies, waarin ze dansen, jagen, offers brengen etcetera en tijdens die periode lopen ze allemaal poedelnaakt rond (dus ook geen peniskoker nee). Ze lopen rond, werken op het land, fietsen, de gewone dagelijkse bezigheden gaan gewoon door. Apart gezicht kan ik je zeggen, en erg mooie mannen! Een andere periode in het jaar zijn er ceremonies voor de meisjes, dan lopen de meisjes dus allemaal in hun nakie. Erg traditioneel allemaal.

Dus tussen de tata·s, weilanden, en naakte jongens door kwamen we, na een korte stop omdat de brommer te warm was gelopen, kwamen we aan bij wat dan een dorpje heet. Er stonden al een hele horde mensen te wachten die opgetrommeld waren voor onze komst. De plaatselijke pastoor (tevens de enige die Frans praatte) had een gebouwtje geregeld voor ons. Een mooie uit rode klei opgetrokken spreekkamer. Marjan en Guinvievre begonnen met de voorlichting. Als we dat na de consultaties zouden doen zou iedereen namelijk al weg zijn, aangezien het ook marktdag was en daar wil iedereen uiteraard ook heen. De mensen vonden het heel interessant en leerzaam: Water moet je eerst koken voordat je het drinkt bijvoorbeeld. Als er geen put in de buurt is halen ze hun drinkwater uit de poeltjes. Hardstikke vies bruin stinkend water in de poeltjes waaruit ook alle dieren drinken. Gek hè dat die mensen vol zitten met wormen en parasieten. Verder is het belangrijk je handen te wassen voordat je gaat eten en nadat je hebt geplast of gepoept, heel basaal maar o zo belangrijk en nieuw voor veel mensen daar. Zeep is er niet te krijgen en als het te krijgen is is het te duur voor de meesten, daarom hebben we uitgelegd dat er en bepaalde boom is waarvan als je de bladeren kookt dat ook een soort zeep geeft. Praktische tips dus! Nog wat anders: een vaste plek maken om te poepen en te plassen (dus niet zomaar overal en nergens rondom het huis) en de dieren van het huiserf af houden. Alles voor een betere hygiene en minder ziekten.

Na al dit gebabbel begonnen we het spreekuur. Marjan met Bernard aan de ene kant en Guinevievre met mij aan de andere kant, met de medicijnentafel tussen ons in. Zieken, kom maar op! Heerlijke huisartsgeneeskunde; pijntjes hier en daar (wederom niet zo gek met al dat keiharde werken op het land en sjouwen van water en alles op het hoofd). De mensen zijn heel blij dat iemand naar hun klachten luistert en er een oplossing voor probeert te vinden (o wat universeel is dat!). Vitamine pillen doen wonderen! Om het niet al te saai te maken waren er ook echte zieke patienten, we zagen vanalles voorbij komen. Was wel grappig dat op een gegeven moment alle moeders met kinderen bij mij in de rij stonden en alle oude besjes bij Marjan (begin al een echte kinderarts te worden, daar ligt toch echt wel mijn hart!). Ongeveer eenderde van de patienten hebben we een briefje meegegeven om de volgende ochtend naar Boukombé te komen om een analyse te laten doen (poep, plas, bloed) en daar bleken een hoop buiktyfussen, malarias, darmwormen en andere infecties bij te zitten. Leuk om zo redelijk snel te zien dat wat je vermoedt (bijvoorbeeld klinisch een buiktyfus) ook daadwerkelijk die ziekte blijkt te zijn. Alle mensen die niet terug hoefden te komen kregen wel een of ander pilletje mee. Sowieso kan iedereen daar wel ·extra· vitamines gebruiken en een wormkuurtje. Verder hadden we wat malariakuren, wat antibiotica, pijnstillers, anti-schimmel cremes en nog wat bij ons. De mensen betalen 200 F CFA voor een consult en de medicijnen (30 eurocent) en als ze een analyse moeten doen nog eens 500 F CFA of meer (afhankelijk van de analyse). Dat is voor de meesten nog net wel te doen.

Om half 1 hadden we alle malades er ·doorheen gewerkt·, een stuk of 80. Een stuk sneller dan als Marjan alleen is. Ze vond het wel relaxed zo met mij erbij, beetje vakantie. Zo hadden we zelfs nog tijd om van het heerlijke maal te genieten dat de pastoor ons na afloop aanbood. Rijst met eieren, kip en tomaten/olie (veel olie, zoals alle sauzen hier, gaat echt met liters)-saus. Smaakte goed.

Na een welverdiende pauze (aangezien Jetse geen extra hulp had gold dat niet voor hem, de harde werker) en een klein siesta uurtje, aan de slag op het labo. Resultaten bekijken, juiste behandeling verzinnen en medicijnen uitdelen. Nog wat nieuwe aanloop, malades onderzoeken.

·s Middags kwam er een meisje die een verbandje wilde verwisselen. Ze had anderhalve week eerder met een vinger klem gezeten en na een week (vrijdag)was ze naar het centre de santé gekomen omdat het toch wel heel zeer deed. Marjan en Jetse hebben er toen een mooi verbandje omheen gedaan. Nu kwam ze dus terug. Het vingertje was helemaal gaan ontsteken en zat vol pus en bloed (hoop niet dat de lezers net aan het eten zijn achter de compu, ik dat geval sorry), zo sneu. Ik heb vervolgens de pus verwijderd, zal de details voor mezelf houden. Deed alleen wel eventjes pijn voor dat kleine meisje. Gelukkig kon ze daarna weer lachen en was ze blij met een fluitje. Antibioticum erbij gegeven en dan wachten op genezing. De volgende dag kwam ze terug voor een nieuw verbandje (bij gebrek aan een klein vingerverband was het nogal een provisorisch windsel geworden, maar daarna hadden we toch nog een mooi verbandje in de kast gevonden, dus ging ze vervolgens met een echt mooi professioneel vingerverband de deur uit-ik kan het wel). Na twee dagen deed het al een heel stuk minder pijn en zag het er al veel beter uit! Nog een beetje pus uit de vingertop (jullie willen dat soort dingen horen toch) en nu kan het echte genezen beginnen.

Op de terugweg liep ik toevallig (als toeval bestaat...) met dit meisje naar huis en raakte aan de praat. Ze is een jaar of 6 misschien 7 jaar en praat goed Frans. Leeftijden weet niemand hier, een oud besje zegt dat ze 35 jaar is en een klein jongetje zegt al 15 te zijn, iedere keer dus weer een gokje. Leeftijden zijn het beste te benaderen door te vragen hoeveel kinderen iemand al heeft, hoeveel broertjes en zusjes onder hem totaan de kleinste baby etcetera. Maar dit meisje, Wendekwe (of zoiets, ben er nog niet helemaal achter, betekent in ieder geval ·Dieu est grand·) vertelde me dat ze niet naar school gaat. Haar papa en mama zijn overleden en ze woont nu in Boukombé bij haar oma. Die heeft haar onder haar hoede genomen, maar heeft geen geld om school te betalen. Ze heeft ·een heleboel· broertjes en zusjes(is zelf de tel kwijt, waarschijnlijk=zeker heeft haar vader meerdere vrouwen gehad en dus een boel kinderen rondlopen), maar woont alleen bij haar oma. Ik zag later wel een meisje, Jeanette van 12 jaar bij haar huis, maar kon er niet achter komen of dit nu een écht zusje was.
Om een lang verhaal kort te maken; ik heb besloten dit meisje, Wedekwe, te ·adopteren·, oftewel haar schoolgeld, uniform, schriften etcetera te betalen. En zo kunnen Georges Alex en ik haar uiteraard ook af en toe eens een cadeautje opsturen. Ik heb giften gekregen uit Nederland om mensen hier te helpen (zie verhalen verderop voor wat ik daar mee gedaan heb!), maar dit is ·van mezelf·. Ik vond het zo·n schattig meisje, ze sprak zo goed Frans, leek me zo intelligent, moet een kans krijgen!! Mocht je geraakt zijn door mijn verhalen uit Boukombé en ook een kind een kans willen geven naar de basisschool te gaan, kan geregeld worden, er zijn zoveel kinderen die niet naar school gaan! Kost 50 euro per jaar voor de openbare basisschool en 75 euro voor de katholieke, nonnenschool (uiteraard gegarandeerd voor meerdere jaren). Ik heb voor het laatste gekozen (als haar oma het ermee eens is, haar oma was namelijk op reis, moet dus nog verder geregeld worden), omdat dat een veel betere school is; geen stakingen, beter lesprogramma, een maaltijd.

Dit is dus weer wat anders dan het meisjesinternaat. In het meisjesinternaat zitten meisjes die in hun dorp (20 tot 35 km van Boukombé vandaan) de basisschool hebben gedaan, daar de beste van de klas waren en nu in Boukombé naar de MAVO kunnen met hulp van FSAB. In het internaat hebben ze onderdak, eten, kleding, bijles, een grote kans! Volgend jaar komen er twee nieuwe meiden bij (onder andere dankzij mijn papa en zijn collega·s! namens FSAB en de meiden heel erg bedankt!), die op dit moment nog gezocht worden . FSAB heeft een aantal jaren geleden een school gebouwd in Sonta en daar komt nu de eerste lichting kinderen vanaf, waaronder 8 meisjes. Een klein probleempje dat nog opgelost moet worden voordat er twee van deze meisjes (12-13 jaar oud) naar het internaat komen: ze zijn stuk voor stuk allemaal al uitgehuwelijkt! En eentje is zelfs al zwanger! Kan je het je voorstellen?! Wordt vervolgd!

Woensdag weer om 8 uur present in het centre de santé voor het spreekuur. Nadat we eerst een bezoek gebracht hebben aan een jongen van ongeveer 20 jaar die sinds een aantal jaren gehandicapt is. Op een dag begon hij wat moeilijk te lopen en te praten naar ik heb begrepen en sindsdien ligt hij in huis in een kamertje op de grond, naar de muur te staren. Ik weet niet of hij ziek geweest is, bijvoorbeeld hersenvliesontsteking of hersenmalaria gehad heeft, wat waarschijnlijk is, maar feit is dat zijn hersenen flink aangetast zijn. Marjan is al eerder bij deze jongen op bezoek geweest en heeft de ouders toen gevraagd hem iedere dag een tijd buiten te leggen, zodat hij nog wat van de wereld ziet, nog wat daglicht, wat ze nu maar af en toe doen. Want het is niet zo dat hij helemaal niets meer kan. Met wat stimulatie en revalidatie zou het volgens mij nog best iets kunnen worden, in ieder geval beter dan naar een muur kijkend, stinkend in zijn eigen urine. Marjan gaat een rolstoel voor hem regelen zodat hij buiten kan zitten en met zijn broertjes en zusjes wat rond kan rijden. Zijn ouders doen echt wel zijn best voor hem hoor, hebben ook geprobeerd hem in een stoel te zetten, maar daar valt hij dan uit. Simpele oplossing, met een band vast binden denk ik zo. Verbaast me dat deze jongen niet helemaal stijf is geworden van het niet bewegen; tegen de moeder gezegd vooral door te gaan met het doorbewegen van zijn armen en benen; ook makkelijker om daarna te zitten. Ben benieuwd wat het wordt. Vermeldingswaardig dat deze jongen ook kan praten, in het Frans, al is het niet veel, maar hij antwoordde me toch.

Op het centre dus weer alle malades ontvangen en zo goed als het kon hun klachten en ziekten behandeld. Voor het eerst een homeopathisch middel voorgeschreven (ah, nee!!!)...Zoveel mensen komen hier met vage klachten en zij gaan echt niet naar huis voordat ze wat pillen hebben gescoord (hier valt misschien ook wat te sensibiliseren). Als je wilt dat een patient veel drinkt (bij urineweginfectie, hoofdpijn, sikkelcelziekte) dan werkt het hier echt niet door te zeggen dat ze veel moeten drinken. Vandaar dat ik op advies van Marjan een homeopathisch druppeltje heb voorgeschreven, dat dan opgelost wordt in een liter water en daar moeten ze er dan een paar van per dag nemen. Ook is een homeopathisch middeltje handig om patienten regelmatig naar het centre terug te laten komen voor controle (één pilletje zou een maand lang werkzaam zijn, daarna heb je weer een nieuw pilletje nodig). Tja, vind wat je ervan vind, doe ik ook ;)

Op het spreekuur een jongen van ongeveer 13 jaar, Jacob, slap en pijnlijk op de stoel hangend, zijn broer deed het woord: Sinds een jaar of 3 heeft Jacob vooral in de regenperiodes aanvallen van heel veel pijn in heel zijn lijf. Laat even een pauze over, zodat de medici onder de lezers na kunnen denken over de diagnose, ik had zelf ook niet veel meer informatie...... Jacob had verder geen klachten, misschien een beetje koorts, maar geen buikpijn, geen hoofdpijn, geen diarree, geen misselijkheid, geen hoest etcetera. Gewoon heel veel pijn door zijn hele lijf en hij zag er ook goed ziek uit (ook geen dikke zere handen en voeten op jongere leeftijd). Heb toen uiteraard wat analyses aangevraagd, malaria en sikkelcelziekte. Dat bleek een goeie greep; Jacob blijkt sikkelcelziekte te hebben. Sikkelcelziekte is een overerfbare ziekte waarbij je rode bloedcellen een ander vorm hebben (sikkelvormig, als halve maantjes, zag er mooi uit onder de microscoop). Hierdoor worden de bloedcellen eerder afgebroken en heeft de patient bloedarmoede en een vergrote milt (deze jongen niet trouwens). Ook zijn de bloedcellen door de aparte vorm minder flexibel en verstoppen ze kleine bloedvaatjes, waardoor organen niet goed doorbloed worden. Dit laatste geeft telkens bij het doormaken van een infectie heel veel pijn en op de langere termijn orgaanschade. Deze jongen heeft dus een of andere infectie opgelopen en heeft daardoor een ·verstopte-vaten pijn crisis·.
Niet alle rode bloedcellen zijn aangedaan, dus gedurende andere periodes zijn er geen problemen en klachten.
Dit is een ziekte die in je genen zit (Afrikaanse genen vooral) en dus niet te genezen is. Wel is het belangrijk nieuwe infecties te voorkomen en heel veel te drinken, om nieuwe crisis te voorkomen en minder pijnlijk te maken. Dus na het behandelen van deze infectie en crisis, adviezen gegeven over onder andere een goeie omgevings- en persoonlijke hygiene (hier niet zo evident als in Nederland), belang van veel drinken, regelmatig ontwormen, malariaprofylaxie met medicijnen (al is het enige wat er in boukombé te krijgen is chloroquine; waar al veel reisitentie tegen is) en met bijvoorbeeld een klamboe (aangezien dat 5 euro kost en hij er niet uitzag dat hij dat kon kopen, heb ik hem dat cadeau gedaan, van de giften uit Nederland). Ook is het belangrijk dat hij gevaccineerd wordt. Kinderen zijn hier nauwelijks gevaccineerd, alleen bijvoorbeeld als er een nationaal programma is tijdens een hersenvliesontsteking uitbraak of zoals nu tijdens een anti-polio campagne. maar er blijven dus genoeg ziekten over om opte lopen. Als er nog geld over blijft van de giften uit Nederland regel ik daar misschien zijn vaccinaties van. Moet nog even kijken hoe duur dat precies is, de vaccinaties (anti-tuberculose, de bekende DKTP en BMR, en anderen) moeten namelijk in Natitingou en Cotonou gekocht worden, en er moet nog even gekeken worden welke vaccinaties het meest van belang zijn voor hem (hij is tenslotte al 13 jaar).

Na een lange interessante en vermoeiende dag naar een barretje met Jetse en Marjan voor een biertje (die zijn uiteraard overal te krijgen in alle soorten en maten!), nog nakeuvelen over alle zieken, het centre en de problemen met de burgemeester en de dokter van het centre. Ja, ja , er is een heuse dokter aangesteld in het centre, die een goed salaris ontvangt, auto rijdt van zijn werk, niets te klagen. Behalve dan dat hij nooit, maar dan ook nooit op het centre is en als hij er dan is, wegvlucht voor de zieken. Volgens mij heeft hij gewoon geen idee wat hij aanmoet met een malade! Een keer had Marjan een doodziek kindje naar hem verwezen, maar hij weigerde naar het kind te kijken en stuurde het direct weg, omdat Marjan op het briefje niet zijn Titel (dokter) had geschreven. Om gek van te worden. En ondertussen maar geld opstrijken plus nog eens 10 % van alle medicijnen die verkocht worden (niet die van FSAB gelukkig).

Donderdag weer op de brommer, dit keer bij Isodore en Jonathan, de brousse is. Echte bergen door (nog geen Alpen maar toch) en vervolgens van de weg af over smalle paadjes weer een dal in, weer een berg op. Een heerlijke rit, altijd al van gedroomd (bij wijze van spreken dan). Uiteraard weer tussen de velden en tata·s door, supermooi! Totdat we bij een Tata aankwamen met twee bankjes en twee stoelen die al voor ons klaarstonden in de schaduw van een grote baobab! Heerlijk Afrika! De beste geneeskunde bedrijven! Dit werd dus een idyllisch, pitoresk spreekuur. De mensen kwamen al snel van alle kanten aangestormd, netjes in rijen voor Marjan en ·de dokter·. Ik heb flink wat foto sessies gehouden, uitleggend dat ik hiermee aan mensen in Nederland kan laten zien hoe het er er in Bénin uitziet en dat ik daarmee weer geld kan bijeen kan halen om hen daar in de regio van Boukombé te helpen, zoals nu met het spreekuur en de medicijnen. Vonden ze prachtig!

Een van de patienen was een zwangere vrouw van een jaar of 25, N·TCHA Méli. Al voor de zesde keer zwanger, vier levende kindjes en de laatste was overleden. Het belang van prenatale consulten hoef ik jullie denk ik niet uit te leggen, bij deze vrouw moest dat uiteraard wel. Deze vrouw wilde wel graag op controle komen enzo, maar dat kost teveel. Ook zei ze wel graag in het centre in Boukombé te willen bevallen, maar dat is ook veel te duur (een paar euro wel te verstaan). Ze is altijd thuis bevallen, zoals bijna al de vrouwen, en dan dus zonder hulp van een verloskundige, zoals dat zo mooi geregeld is in Nederland! Natuurlijk is een bevalling iets natuurlijks, maar als er iets misgaat, moet er wel ingegrepen kunnen worden. Er gaan hier nog veel te veel kinderen en moeders dood door een moelijke bevalling, waarvan er veel voorkomen kunnen worden! Jullie voelen het al aankomen, het klikte met deze Méli N·TCHA en ik heb haar gevraagd de volgende dag naar het spreekuur in Boukombé te komen voor een prenataal consult. Alles lijkt goed te gaan! Wat ijzer en foliumzuur en vitamine pillen voorgeschreven plus een malariaprofylaxe. En als klap op de vuurpijl haar aangeboden elke maand op controle te komen (bij Salma de goeie verloskundige hier, die er tijdens mijn verblijf helaas even niet was) en uiteindelijk ook te bevallen in het centre. Vond Méli helemaal fantastisch, en ik ook , dat ze akkoord was! Thanx gulle gevers in Nederland! Ik blijf het iedere keer zeggen; ben je geraakt en wil je ook wat doen voor zwangere vrouwen en hun baby·s, geef geld en steun zo een of meerdere vrouwen uit de ver afgelegen dorpen. Marjan kan dan ter plekke in een dorp tijdens het spreekuur een vrouw controles en een bevalling aanbieden! Krijgen ze van FSAB daarna ook nog een tas met een luier, strikslip, maandverbandjes, mutsje en sokjes, een onderbroek (ik weet even niet precies wat allemaal, maar is door Baby Hope aangeboden). Dat trekt ook al veel vrouwen uit Boukombé om te komen bevallen in het centre!

Weer vele ·kleine· pilletjes en zalfjes uitgedeeld, vele ziekten gediagnosticeerd en behandeld en analyses aangevraagd. was weer TOP! was helemaal in mijn element! Als je als medicus ook zin krijgt om eens een kijkje te nemen in Bénin en in Boukombé en een handje te helpen, ben je altijd welkom! Een dag, een week, een paar weken, vakantie, vrijwilligerswerk... Neem van mij aan, echt de moeite waard, zal je nooit vergeten! En dat geldt niet alleen voor medici hoor; op veel meer manieren kan je je hier nuttig maken! Carlos, hier zijn heel veel mensen die staan te springen om een heerlijke massage van jou!

Na weer een maal van rijst, saus en eieren, aangeboden door de dorps chef, weer op ons brommertje. Een korte pauze en douche, want van dat brommeren door rood zand wordt je goed gekleurd en lekker vies. Marjan ging snel weer naar het centre om Jetse op het labo te helpen. Ik werd opgehaald door Isodore, voor een tweede ritje van de dag, nu naar Togo! Kan ik ook weer zeggen dat ik daar geweest ben! Boukombé ligt namelijk tegen de grens van Togo aan, en aangezien er in Boukombé geen telefoon is die het doet, gingen we in Togo een telefooncel opzoeken. Al een paar dagen had ik namelijk niet met Georges Alex gesproken.. en dat is erg! Al een heeeele tijd bellen we elkaar iedere dag, ongeveer 30 minuten per dag, als ik in Nederland ben en zien we elkaar als het even meezit en we niet aan het werk zijn 24 uur per dag hier in Bénin. Is dus wel heel raar dat ik nu in Bénin zit en mijn lief niet spreek. Eventjes vijf minuutjes kletsen voelde heerlijk! Georges Alex is deze week aan een nieuwe baan begonnen, een die wél betaald en goed ook (voor benineze maatstaven dan), dus ik moest ook even weten hoe dat allemaal verliep (goed dus).

Laatste spreekuur
Vrijdag voor de laatste keer, spreekuur gehouden op het CdS. Marjan doet administratie op de laptop, jaja het centre en het labo zijn perfect geautomatiseerd. Nu moeten de andere personeelsleden nog allemaal leren met de compu om te gaan. Guinevievre deelt pillen uit en Brigitte is gekomen om voor mij het Di Tamari (lokale taal van de Somba) te vertalen in het Frans. Aangezien zij wat verlaat is was ik alvast maar begonnen met de spaarzame patienten die Frans spreken en met een hoop hand en voetwerk, dan komen we er ook wel uit. Ik kom erachter dat Brigitte waarschijnlijk niet kan lezen , wat niet zo uitzonderlijk is hier. Ze kijkt namelijk zo verwonderd en met grote bange ogen als ik haar vraag de volgende naam van het patientboekje af te lezen en om te roepen. Dan probeer ik het zelf maar. Sommige namen zijn echt niet uit te spreken en het duurt vaak een tijdje voor de echte N·Tcha, N·Po N·Coa opstaat, ze heten namelijk allemaal hetzelfde!

Vrouw naar het ziekenhuis geholpen
Tussen de 50 patienten zit een vrouw, een jaar of 30 gok ik zo, stinkend en in vieze vodden (wat zelfs al een mooie aanduiding is). Ik bedenk me al meteen dat we haar maar een nieuw bloesje moeten geven uit de FSAB voorraad. Ze blijkt sinds twee weken een gezwel te hebben in haar nek en in haar mond onder de tong (een en hetzelfde gezwel), ongeveer 8 cm in doorsnede, groot dus. Gelukkig is het niet hard en onregelmatig, zoals een kwaadaardig iets er meestal uitziet, maar het lijkt meer op een met voch gevuld ballonetje, een abces of cyste lijkt me zo, uitgaande van de speekselklier onder de tong(?). Dit behoeft chirurgie! Maar ze ziet er nou niet echt uit of ze geld heeft om de reis naar en verblijf in het ziekenhuis in Tanguieta te betalen. Dat is overigens het beste ziekenhuis van Bénin als ik alle artsen hier mag geloven, gerund door Italiaanse paters. Marjan heeft me verteld dat ze een week later (is overmorgen al) naar Tanguieta zullen gaan, wat ze vaker doen voor vrijwilligerswerk in het lab en om nieuwe dingen te leren van de artsen daar.
Ik kijk haar dus even lief aan en dat is niet eens nodig, want meteen is het plan er al dat die vrouw met hen meegaat, scheelt al weer geld voor de reis. De rest, consultatie, verblijf, operatie(-je?) zal ik van de giften uit Holland betalen. De vrouw, N·Tacha N·Coa N·Botibeo geloof ik dat ze heet is hartstikke dankbaar. Haar man, al in even erge lompen gekleed, komt erbij en ze vertellen waarom ze nu zo arm zijn...Hun zoon van 12 jaar is gebeten door een slang en om het tegengif te kunnen betalen (35000 F= 55 euro) hebben ze hun hele hebben en houden verkocht. Dat heeft 20000 F opgeleverd. Ze hebben dus ook nog eens een schuld van 15000 F bij buren, vrienden, de kliniek in Manta (20 km van Boukombé). Tot overmaat van ramp heeft het antigif niet het gewenste effect opgeleverd, hetzij het is te laat gegeven, hetzij het was het verkeerde anti tegen het verkeerde slangengif. Hun zoontje is dus overleden, dat is een week geleden. Ze hebben nog een zoontje van 3 jaar en een dochtertje van 1 jaar, tevens het enige wat ze nog ·bezitten· en de smerige stukken stof om hun lijf.
Marjan is ·s avonds direct de container ingedoken (nee, geen vuilniscontainer, wel de voorraadcontainer) en heeft een mooie set kleding uitgezocht voor de hele familie. Vrijdagavond komen ze met zijn allen bij Marjan en Jetse thuis, krijgen dan een heerlijke douche met veel zeep, (Marjan wil schone frisse lucht in de auto!) slapen een nacht in een heerlijk bed en gaan dan de volgende dag mee naar Tanguieta. Dit familie verhaal wordt uiteraard vervolgd.

Schoon Tropisch ulcus
Een man, een jaar of 50, Frans sprekend, komt speciaal naar mij. Hij heeft een wond op zijn been, spontaan ontstaan en wil maar niet over gaan. Een dag eerder is dit al goed verbonden en Guinevievre heeft de goeie antibiotica erbij voorgeschreven, maar nu wil hij dat het opnieuw verbonden wordt en wel door mij. Aangezien het verbandje er al los bij hangt en ik wel nieuwsgierig ben naar deze pussende bedoening stem ik in. Een mooi tropisch ulcus van zo·n 6 cm doorsnede, inderdaad lekker pussend. Aangezien het ook bloed doen we maar gauw het gaasje er weer over. Verbandjes aanleggen doen we bij het lab, anders wordt de spreekkamer veel te smerig, dus hij moet even geduld hebben. Als het spreekuur is afgelopen kan ik een mooi verbandje aanleggen. Ik wil meteen de kans grijpen om een foto te maken van deze echte tropische smeerboel! Helaas is meneer even langs huis gegaan en heeft de wond zelf al schoongemaakt (aangezien hij Frans spreekt ga ik er even vanuit dat hij wat van hygiene afweet, hoewel ik nog steedstwijfel aan de echte ·schoonheid· van het water waarmee hij zijn wond heeft gespoeld). Jammer dus voor mijn foto, want nu is het een gewoon wat rood wondje. Ik doe toch maar wat hij van me verwacht, ontsmet het wat en geef hem een mooi windsel om het been. Weer iemand gelukkig.

Afrikaans gebed
Vrijdagavond: De werkweek wordt hier goed afgesloten, met alle medewerkers van FSAB (Marjan, Jetse, Guinevievre, Albert, Dominique en..?, en ik). Drank wordt ingeslagen en onder het genot hiervan wordt de week doorgesproken. Een gezellige boel met genoeg serieus gesprek en nog meer grappen en grollen. Als het echte Afrikanen betaamd wordt het geheel afgesloten met een gebed. En niet zomaar één. Ik moet zeggen dat ik best wel een bid of mediteer of wat dan ook, maar dit is echt weer een andere ervaring! In dezelfde kring als waarin we de biertjes net nog dronken begint Guinevievre met een hele riedel aan gebed, ze ratelt maar door, lijkt wel een rapper, zo snel, en ook nog eens heel goeie tekst, knap hoor. Alle meoilijkheden en goeigheden van de week en van de bespreking komen nogmaals voorbij. Wij doen ondertussen mee met wat achtergrond gezang. Tja, ik sluit me er maar bij aan, is zo·n mooi saamhorigheidsgevoel, en die God die bestaat toch wel. Dan hoor ik ook mijn naam voorbij komen en ik wordt hartelijk bednkt voor mijn komst, mijn hulp en mij wordt een behouden terugreis gewenst en dat ik maar snel weer eens langs zal komen. Als God het wil zal dat zeker gebeuren. Ik wil in ieder geval wel weer terug! Allemaal staan we op en dingen nog wat favo songs van Marjan. Moet af en toe wel moeite te doen om niet te lachen, als ik ik nadenk over hoe het eruit ziet; ik zingend en dansend met mijn nieuwe vrienden!

Nieuwe bril
aterdag: mijn laatste dag Boukombé is aangebroken;: Nog even de laatste projecten bekijken en van de rust in het dorp genieten. Ik maak een wandeling en ga naar mijn afspraak op het centre, bij Albert, de opticien. De optiek, opgezet door FSAB, is pas twee weken open en het moet allemaal nog wat gaan lopen (ik heb er al wat patienten heen gestuurd, de rest zal volgen). Albert heeft dus nog wel wat oefening nodig en die wil ik hem graag bieden. Hij gaat met me aan de slag, met een megabril op mijn hoofd waar hij af en toe andere glaasjes in doet lees ik de lettertjes en vormpjes op het bord voor me. Uiteindelijk komt ie er wel uit en ga ik met deze mooie bril naar buiten om te kijken hoe de wereld er nu uit ziet. Ik val bijna van het afstapje af.. iets te sterke glazen, de vloer lijkt met een meter ieper te liggen. Met iets minder sterke glazen zijn mijn ogen weer rustig, zie ik weer alle losse blaadjes aan de bomen en in de verte de koeien op het ziekenhuisterrein grazen. Tijd om een montuur uit te zoeken! Wees maar niet bang, ik kom niet met een ouderwets loeigroot formaat bril (waar een hoop Beninezen nog mee lopen, zelfs de professor van pediatrie in het CNHU, zo lelijk). Vanuit Nederlands is namelijk een donatie gedaan van ·oude· brilmonturen, uit de mode, uit 2003. Nou, daar kan ik wel mee leven hoor. Voor 12 euro heb ik Albert een goeie oefening bezorgd, de optiek gesponsord en zelf een leuke (mijn derde) bril. Het is trouwens een knalroze, ben benieuwd of jullie nog met me over straat durven.

Door gids begeleid
Tijdens mijn ochtendwandeling kwam een jongejte naast me lopen, 12 jaar, Odilon. Ik had hem al eerder gezien in het dorp, onder andere toen hij aan Marjan vroeg of zij nog een werkje voor hem had. Hij vertelde me dat zijn vader gids was, maar dat die twee weken geleden dood is gegaan. Hij is de enige zoon, dus nu is hij de gids! Of hij me een stukje mocht begeleiden..tuurlijk. Bleek ook nog zijn fiets kapot te zijn gegaan, en moet nu dus telkens een heel eind lopen om naar school te gaan, sneu hè. Normaal zou zijn vader die wel repareren, maar nu moet hij dat bij iemand anders laten doen. Ik schrijf het een beetje op als gebedel, en dat was het wel een klein beetje, maar wat wil je. Gelijk heeft hij, hij biedt aan een blanke rond te leiden, dan mag hij best wat geld ontvangen toch. Dat deed ik dan ook maar. Odilon is meegeweest naar de optiek, vond het reuze grappig mij met zo·n koeiebril te zien en reuze interessant te zien hoe dat meten allemaal gaat. Toen nog een toch door het dorp gemaakt langs het paard dat hij regelmatig gaat aaien en hij nam me vervolgens ook nog mee naar zijn huis, om zijn moeder (ik dacht dat het zijn grote zus was) dag te zeggen en zijn zusjes. Leuk om weer een ander erf van binnen te zien, komt geen steen aan te pas bij het bouwen van die huizen, allemaal mooi rode aarde. Voordat ik naar huis ging kreeg ik nog een cadeautje van Odilon, een kralen armbandje, schattig!

Overbeladen taxi? Klapband!
Om 12 uur kwam de bestelde overbeladen taxi voorrijden. Ditmaal maar met zo·n dertien personen erin. Bijna geen plek meer voor mijn grote backpack tas, maar die geit kon gelukkig nog een stukje opschuiven. Dat we te vol beladen waren, of dat de banden (net als de auto) gewoon niet meer zo op en top in orde waren daar kwamen we halverwege achter. Gelukkig op een vlak stukje weg! Klapband! Ze zijn er aan gewend en hadden voorzorgs maatregelen genomen, tussen alle bagage kwam een reserve band tevoorschijn. Een 10 minuten later zaten we met z·n allen weer in de auto gepropt en reden we voort naar Natitingou.

Op zoek naar parelhoen (en weer klapband)
In Boukombé was evn voor mijn vertrek het nichtje van Marjan en Jetse, Marisca, langs gekomen. Gezellig! Zij zit voor 3 maanden voor onderzoek naar psychiatrische patienten in Natitingou (is gisteren alweer naar Nederland vertrokken) en was een dagtochtje aan het maken met een vriend, Daniel. ·s Middags in Nati dus weer afgesproken, gezellig. Marisca moest nog een laatste interview voor haar onderzoek, dus ik ging met Daniel toeren door de stad. Op zoek naar een souvenir voor Georges Alex! Georges Alex is dol op parelhoen en aangezien dit een specialiteit van het noorden is, moest ik uiteraard wat gevogelte mee naar Cotonou nemen. Makkelijk gezegd dan gedaan. Ik zag het al voor me, een aantal levende spartelende hoentjes aan mijn backpack gebonden... Helaas is het in de Confortlines bus verboden levende beesten te vervoeren. Dan maar een al klaargemaakte parelhoen. Alle barretjes, restaurantjes, barbecues af, nergens een hoen te bekennen. Op de markt waren alle levenden ook al gevlogen. De missie leek op niets uit te lopen. Gelukkig had Daniel nog wat connecties en had hij ook wel lol in deze zoektocht, tot na het vallen van de zon gingen we door. Tot we bij een erf aankwamen waar ze wel wat levende dieren hadden rondlopen; een blinkend witte en drie zwarte parelhoentjes heb ik er meteen besteld (als je ze dan eenmaal vindt moet je het ook goed doen!). De buurman op hetzelfde erf bleek heel toevallig een slager te zijn en die wilde de beestjes wel klaarmaken, tegen een kleine vergoeding (vind ik althans) en als hij maar wel de koppen en poten mocht houden. Na lang aarzelen, dat snappen jullie, had graag zelf deze edele delen willen houden, ging ik akkoord. Twee uur later kon ik mijn overheerlijk ruikende vangst ophalen. Als dank voor alle motor ritten heb ik Daniel uiteraard een van de vier pintades aangeboden. Die hebben we meteen opgesmikkeld, heerlijk kan ik je vertellen!

Ik vind het wel weer even genoeg geweest. En ik hoop dat jullie van de verhalen genoten hebben als dat Georges Alex, Daniel en ik van de pintades hebben genoten!

kus